Het volk
De Normandiërs lijken een taai volk, met een stevige keuken en een voorliefde voor sterke drank. Dronken spreken ze over hun verloren vaderland aan de Franse kust, waar dat ook moge liggen, en pochen ze over hun wijdverspreide veroveringen op mysterieuze plekken als "Engeland" of "Sicilië".

In één oogopslag
Het volk
Leider
Dorpeling
Abbé (Abt)
Alchimiste (Alchemist)
Apprenti alchimiste (Alchemie leerling)
Assistant (Alchemistassistent)
Aubergiste (Herberghouder)
Aubergiste (Herberghouder)
Bandit (Bandiet)
Bandit en armure (Bandiet)
Baron félon (Bandiet)
Bûcheron (Houthakker)
Bûcheron (Houthakker)
Bûcheron (Houthakker)
Charpentier (Timmerman)
Cidriculteur (Ciderbrouwer)
Commendatore de l'Ordre (Hoofd van de Orde)
Dame (Vrouw)
Eleveur bovin (Veeboer)
Eleveur ovin (Herder)
Eleveur porcin (Varkenhouder)
Eleveuse bovine (Veeboerin)
Eleveuse ovine (Herder)
Eleveuse porcine (Varkenhouder)
Femme Seule (Eenzame Vrouw)
Fermier (Boer)
Fille (Meisje)
Forgeron (Smid)
Garde (Bewaker)
Garde de l'Ordre
Garçon (Jongen)
Herboriste (Kruidkundige)
Hôte (Gasthere)
Hôtesse (Gastvrouw)
Maçon (Wonderbouwer)
Meunier (Molenaar)
Mineur (Mijnwerker)
Mineur (Mijnwerker)
Moine (Monnik)
Moine (Monnik)
Prêtre (Priester)
Prêtre
Soldat félon (Bandiet)
Tisseur (Wever)
Verrier (Glasblazer)
Vicaire (Vicaris)
Villageoise (Dorpsvrouw)
Évêque (Bisschop)Handel