Het volk
Indiase dorpelingen bereiden smakelijk voedsel van rijst en specerijen, onder de bescherming van de machtige Rajput-krijgers. Ze lijken zeer toegewijd aan hun vele goden, al betreuren ze het verlies van hun heilige rivier, de heilige Ganges.

In één oogopslag
Nederzettingen
Op zichzelf staand
Het volk
Dorpeling
Adivasi Kisaan (Adivasi-boer)
Chitrakaar (Schilder)
Julaaha (Wever)
Khanik (Mijnwerker)
Kisaan (Boer)
Lakarhara (Houthakker)
Larka (Jongen)
Larki (Meisje)
Loohaar (Smid)
Mahilaa adivasi (Adivasi-boerin)
Mahilaa kisaan (Boerin)
Malkin (Welgestelde vrouw)
Muurtikaar (Steenhouwer)
Pandit (Priester)
Panditayin (Vrouw van de priester)
Rajput Sainik (Rajput-soldaat)
Rani
Sadhu (Sadhoe)
Sena ka Loohaar (Wapensmid)
Shilpee (Ambachtsman)
Vyapari (Eenzame handelaar)Handel